Aardrijk in de praktijk

HONDEN:

In mijn praktijkruimte heb ik al tien jaar honden.
Ik heb twee kleine retrevers, Tollers.
Ze hebben een grote aaibaarheidsfactor.
Ze reageren op de mensen.
Bij verdriet komt er eentje onder de stoel van de cliënt liggen.
Bij vreugde komt er eentje met zijn kop  op je voeten liggen.
Bij woede tillen ze hun kop even op, kijken en leggen hun kop op hun voorpoot.
En vooral veel slapen.

Verhaal 1:

Beneden in de wachtruimte hoor ik een hels kabaal.
De stoelen worden hoorbaar verzet, weggesmeten.
Ik loop naar de wachtruimte.
Een huilende moeder en een schoppend kind, een kleuter.
De moeder zegt: “Ik ga naar huis. Ik kan zo toch geen consult doen?’
Ik ga op mijn knieën voor het kind zitten. Ik kijk hem aan.
Hij kijkt mij aan.
Ik vertel: “Voor je gaat, zou jij boven willen kijken? Daar is een verrassing.
Het beweegt. Zou je dat willen zien?” Het kind knikt heftig van ja.
We lopen naar de trap. “Kijk boven aan de trap.”
Het kind rekt zich uit. Hij ziet het.
Bovenaan de trap zie je vier poten en twee hondenkoppen.
Hij holt de trap op. In de kamer mag hij de honden aaien.
Hij gaat op zijn zij liggen. Hij legt zijn hoofd op de rug van één van de honden.
Ik zeg: “Jouw moeder en ik gaan samen praten. Jij mag bij de honden. Er is ook speelgoed. Ga je gang.”
Samen met moeder praten we over het kind. Na een aantal vragen, antwoordt het kind i.p.v. de moeder.
“Wat fijn dat je antwoordt. Zullen we met zijn drieën praten?”
De kleuter praat volop mee. Aan het einde van de sessie krijg ik een stevige knuffel.
Hij zegt: “Als ik later groot ben, ga ik mensen helpen!!!”

Verhaal 2:

Bijna puber is hij. Pre-puber? Met moeder is hij bij mij op bezoek.
Hij zegt lelijke dingen tegen zijn moeder. Hij gaat maar door.
Zijn stem slaat over. Zijn moeder zegt niets.
De honden zijn allebei in een hoek van de kamer gekropen.
Er ontstaat een diagonaal. Honden aan het uiteinde, puber in het midden.
Ik sta op: “Vertel mij nou eens wat er eigenlijk aan de hand is?”
De puber breekt. Hij zakt door zijn knieën.
“Ik mis mijn vader zo!” Huilend zit hij in het midden van de kamer.
Tegelijkertijd staan beide honden op. Ze lopen naar hem toe en vleien zich elk aan een kant tegen hem aan. Moeder en ik zitten met tranen in onze ogen.